KLOOSTERMOLEN

GARRELSWEER

Adres

Kloostermolen
Stadsweg 12B
9918 PN Garrelsweer


Openingstijden
In het algemeen elke zaterdag tussen 14.00 en 16.00 uur

Molenaar

Jaap Schuurman
0596-572574
kloostermolen@degroningerpoldermolens.nl

Gegevens

Bouwjaar: 1877
Aandrijving: Wind
Type: achtkante grondzeiler
Functie: poldermolen

lees meer over deze molen op:
groningermolens.nl

molens.nl

allemolens.nl

Gegevens

Lengte gevlucht
21,40m

Vijzel
Stalen vijzel

Capaciteit

Stalen vijzel diam. 1,50 mtr, met 3 gangen

Vijzellengte 6 mtr,

opvoerhoogte 1,8 mtr

Capaciteit: 30 m3 /minuut bij 80 enden

Overzetverhouding: 64/33 x 39/36 = 2,10

 

GESCHIEDENIS / ALGEMEEN / VERHALEN

De naam van de polder en van de molen verwijst naar het klooster Bloemhof dat in de 13e eeuw werd gesticht en in 1566 werd verwoest. Zeer waarschijnlijk was er ook reeds vòòr 1816 een kloostermolen op dezelfde plek.

De aan het Vismaar gelegen Kloostermolen is in 1877 gebouwd na het afbranden van een voorgaande molen uit 1816 en bemaalt met een vijzel de Garrelsweerster Kloostermolenpolder (groot 584 ha). De molen was kennelijk wat zwak gebouwd, want in 1902 wordt ter versterking een extra bintlaag tussen de 1e en 2e bintlaag ingebouwd en worden in alle velden extra veldkruisen geplaatst. In 1907 wordt een gat door de gietijzeren bovenas geboord en in 1908 word de eerste roede voorzien van zelfzwichting. Van het boren van dit gat heeft molenmaker A. Dreise nog een aantekening in de molen gemaakt, dat nu nog te lezen is. Wanneer de 2e roede is voorzien van zelfzwichting is niet bekend, maar wel dat in 1936 alle kleppen al weer vernieuwd worden.

Tot 1911 word de polder ook bemalen door een tweede poldermolen (de Hoop), staande aan de Ten Poster Ae tussen Wittewierum en Ten Post. Deze molen word in 1911 al weer afgebroken en de vijzel hiervan word naast de Kloostermolen geplaatst. Reeds in 1910  is bij de Kloostermolen een locomobiel geplaatst als reserveaandrijving, voor als er te weinig wind is. In de noordelijke veldmuur is nu nog het  doorvoerraam te zien voor deze hulp-aandrijving van de vijzel. Bij de plaatsing van de vijzel van molen de Hoop, wordt voor zijn aandrijving de reeds aanwezige locomobiel hieraan gekoppeld. Deze locomobiel word in 1921 al weer afgedankt, verkocht voor 600 gulden en vervangen door een elektromotor van 35 pk. Voor de stroomlevering verkreeg men een contract dat recht geeft op 50% korting op de kWh-prijs.

Het kost het polderbestuur veel moeite om de molen in goede staat te houden; er zijn veel onderhoudskosten. Ook het waterpeil in de polder is daardoor niet altijd goed geregeld. In de 50-er jaren twijfelt ook het polderbestuur aan het behoud van de molen. De erkenning als BWO-molen is de (eerste) redding voor  het voortbestaan van de molen: de molen is van strategisch belang voor de voedselvoorziening in tijden van oorlog en krijgt daarom 75% rijkssubsidie op de investerings- en onderhoudskosten. De overige 25% komen ten laste van de Provincie. Molenmaker C. Bremer begint in 1956-57 met het herstel van de molen, maar er blijven problemen met de waterbeheersing: In 1959 dreigt zelfs overstroming van de polder omdat beide gemalen niet goed meer werken en ook doordat de vijzels niet diep genoeg kunnen opmalen. Met dieselpompen wordt het peil geregeld.

In 1960 wordt een nieuwe betonnen in- en uitlaatbak gemaakt compleet met een nieuwe stalen vijzel die 40 cm dieper steekt. Het oude elektrische gemaal komt te vervallen en er komt in de molen een nieuwe elektrische (reserve-) aandrijving op de stalen vijzel in de molen en pas dan functioneert alles weer naar behoren.Harm Brander wordt in 1960 aangesteld als molenaar en de molen doet het goed.

Ondertussen beraadt het polderbestuur zich op haar voortbestaan: er is steeds meer ‘geregel’ nodig met omliggende waterschappen en de waterhuishouding in de hele regio moet op de schop. In 1966 wordt de knoop doorgehakt en gaat de Kloostermolenpolder , samen met veel andere kleine waterschappen, op in het grote Waterschap Fivelingo. Molenaar Brander krijgt daarmee een nieuwe baas, maar per mei 1968 volgt zijn ontslag door vervroegd pensioen. De wieken van de pas gerestaureerde Kloostermolen staan stil en het zal 46 jaar duren voordat deze weer gaan draaien!

Wat de Kloostermolen zo bijzonder maakt …

Is in de eerste plaats het wonder van zijn restauratie. Na het werkzame deel van zijn bestaan vanaf 1877, kwam daar in 1968 een plots een einde aan: molenaar Brander legde de vang er op (de molen werd stilgezet) en hij ging met pensioen. 27 jaar later, in 1995, werd wegens instortingsgevaar de kap compleet met as, vang en bovenwiel verwijderd!

Daarna duurde het nog tot 2014 voordat de vang opnieuw werd gelicht om de molen weer feestelijk in bedrijf te stellen. Na het vertrek van molenaar Brander in 1968, wordt in 1972 begonnen met de aanplant van 64 ha populierenbos rond de molen en daarmee begint gelijk ook de aftakeling van de dan nog mooie molen.

Bijna talloos zijn de pogingen die ondernomen worden om de molen te laten verdwijnen: van voorstellen tot afbraak, verkoop, en verplaatsing tot aan funeste verandering van de waterlopen en zelfs overheveling van de financiële reserves! Even zo vaak wordt met succes vanuit het dorp Garrelsweer gestreden voor het behoud van de molen, hoewel het bijna onmogelijk was, dat aan de voorwaarden voor restauratie kon worden voldaan. Dan komt medio 2011 van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, het bericht dat:

Er geld is voor de restauratie, het bos zal worden gerooid en er weer een toegangspad aangelegd kan worden naar de molen!Na alle tegenslagen, zorgen en moeiten bijna niet te geloven. De Kloostermolen wordt op zijn eigen plek in oude glorie hersteld en is van een hoopje ellende veranderd in een schitterende blikvanger: de trots van Garrelsweer.

Prachtige impressie vanuit de lucht.

Lees hier het hele artikel over de restauratie in de Molenwereld feb.2015

DE MOLENAAR

Hoe werd ik molenaar?

Het is de ‘schuld’ van de Meervogel, of eigenlijk dankzij …De Meervogel in Hoeksmeer was pas gerestaureerd (1990), maar draaide daarna erg weinig. Je zag hem al weer verpieteren volgens mij. Bij navraag bleek dat de aangestelde molenaar door omstandigheden al vrij snel zijn werk niet goed meer kon doen en er dus geen vaste molenaar meer was. Dat verdroot mij zeer en via de eigenaar (het Waterschap) kreeg ik info over de opleiding voor vrijwillig molenaar. In 1992 ben ik begonnen met theorielessen bij de MS-Oost Groningen. Al snel daarna kwam ik voor theorie en praktijk bij Dick Wijchel op molen de Hoop in Garsthuizen. Dat was een mooie tijd, met soms 3 of 4 leerlingen in de opleiding.

In 1995 heb ik examen gedaan op molen Eva in Usquert en toen werd molen de Meervogel ‘mijn’ molen. Met heel veel plezier (ook om het prachtige natuurgebied Hoeksmeer) ben ik daar molenaar geweest tot medio 2014. Vanaf het begin was Jan Kuper daarbij mijn molenmaat. Helaas is Jan Kuper vroegtijdig overleden.

In 2014 is poldermolen de Kloostermolen na een grondige restauratie weer in oude luister hersteld. Reeds vanaf het begin was ik betrokken bij de pogingen tot behoud en daarna  bij de restauratie van deze molen. Bij de inbedrijfstelling daarvan ging een grote wens voor mij in vervulling: ik werd aangesteld als molenaar op de Kloostermolen! Ik heb geen moment spijt van mijn keuze voor vrijwillig molenaar, integendeel: ik geniet er nog meer van dan ik toen had kunnen denken.

Wat is er nou zo leuk aan de(ze) molen?

Omdat ik een technische achtergrond heb, zijn er daardoor al meerdere zaken die ik leuk vind en mij dus interesseren, dat is de constructie en de werking van de molen.

En daarnaast heb ik mij ook met veel plezier verdiept in de historie en de vroegere molenaars van deze molen (zie verderop in deze site). De constructie van dit type molen is heel bijzonder: acht-kantig en conisch toelopend naar boven en er bovenop een los liggende, vrij draaibare kapconstructie. Deze constructie is al eeuwen dezelfde en kan de zwaarste stormen doorstaan. Ook heel bijzonder: deze molenconstructie is volledig demontabel! Over de werking van de molen kan hetzelfde worden gezegd: al eeuwenlang is de overbrenging/aandrijving vanaf de wieken naar het werktuig (de vijzel) hetzelfde gebleven. Wel zijn er verbeteringen in het wieksysteem toegepast: van ‘oud Hollands’ (d.i. met zeilen) naar ‘zelfzwichting’ (d.i. met borden of kleppen) en stroomlijnneuzen voorzien van  remkleppen. Deze verbeteringen dateren ook al weer van begin 20e eeuw

Het mooie aan de Kloostermolen is ook dat de restauratie is uitgevoerd naar de situatie als bij de restauratie in 1957: de molen verkreeg toen de bijzondere status van BWO-molen, dat wil zeggen dat de molen onder oorlogsomstandigheden moest blijven functioneren t.b.v. de waterbeheersing in de Kloostermolenpolder. De polder werd gezien als een belangrijk areaal (bijna 600 ha) voor de lokale voedselvoorziening, zoals aardappelen, erwten, bonen, suikerbieten, tarwe, gerst en haver.

De Kloostermolen heeft een aantal bijzondere kenmerken:

– de achtkantstijlen nr. 5 en nr. 8 zijn vanaf de bouw van plaats verwisseld, omdat?
– het doorvoerraam van de ‘stoomaandrijving’ zit nog in de noordelijke veldmuur.
– in de molen bevinden zich nog de raderen van de aandrijving (van 1911 – 1957) van de 2e schroef.
– de romp heeft een extra bintlaag en extra veldkruisen.
– de vijzel heeft aan de inlaat een knijpschot voor beperking van de instroom.
– de vijzelkuip heeft aan het boveneinde een verstelbare opmaalklep om over het boezemwater heen te kunnen malen.

Deze poldermolen is intussen een monument geworden, van hoe het ooit was en tegelijk een levend beeld van hoe het er nu nog steeds uitziet en hoe alles werkt. Voor de molenaar is het leuk om dat aan de bezoekers te tonen en daarover te vertellen.

Voor mij persoonlijk is het ook leuk omdat de molen een deel van mijn leven is geworden. Ik geniet van het werken met de molen, van de geluiden van de wieken en van het water in de vijzel, van het uitzicht over de polder met de vogels en de koeien en van de mensen die er op bezoek komen.

Naam:   J.J. (Jaap) Schuurman

geboortejaar: 1946

Molenaar sinds:  1995

In het dagelijks leven:  Vrijwilliger